In 1866 werd voor de aanleg van de spoorlijn Deurne-Helmond zand gewonnen. Er ontstond zodoende een grote kuil, welke door de aanwezigheid van natuurlijke wellen met water werd gevuld. Dit kunstmatig bassin, in de volksmond de Clarinet genoemd, lag in een zand- en kiezelbedding en bevatte bijzonder zuiver water. Waar de benaming "Clarinet" aan te danken is, valt blijkbaar niet meer te achterhalen.
|
Omdat de heer Berkers vaak ziek was, nam de heer Peter Vink in 1962 het initiatief om in Deurne een zwemvereniging op te richten. Hij vond enkele mensen, die samen met hem het eerste (voorlopige) bestuur vormden. Men stelde als doel van de vereniging niet alleen het leren zwemmen, maar ook het propageren van zwemonderwijs op school, het oprichten van een reddingsbrigade (zodat de heer Jaspers tijdens drukke dagen in de Clarinet de helpende hand kon worden geboden) en van een poloclub en het beoefenen van de zwemsport in het algemeen. |
De volgende tekst is afkomstig uit de oorspronkelijke statuten Art. 1:
"De vereniging, genaamd Deurnese Zwemclub Triton '62 (afgekort Triton '62),
is gevestigd te Deurne en aangegaan voor de tijd van 29 jaar en 11 maanden, aanvangende
de dag van de oprichting zijnde 22 maart 1962".
Deze zin betekende het feitelijke begin van wat begin 2009 een vereniging was met 659 leden. Het voorlopige bestuur bestond uit de heren Moonen, Vink, Schiks en Peijnenburg en de dames Demouge en Goossens. Voor de naam van de vereniging heeft men nog getwijfeld tussen Clarinet, Snel Vooruit en Triton. Het embleem van de Triton werd geheel belangeloos in 1962 ontworpen door de Vlierdense kunstenaar Frans Jacobs (van de Hogezijdeweg). In april van 1962 werd de Clarinet door de gemeente Deurne verder uitgebouwd. Het zwemwater werd tot 12.000 m2 vergroot, het strand nam toe tot 2500 m2 en het aantal wisselcabines nam toe tot 76 stuks. Op 12 maart 1963 werd Triton lid van de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD). Een paar maanden later, op 18 augustus 1963, werd door Triton de eerste officiële Deurnese zwemwedstrijd georganiseerd. Op 22 oktober 1963 werd Triton lid van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). De heer Gerard Mobers, chef-instructeur uit Venlo, leidde de eerste Deurnese kaderleden op. Deze jeugdleiderscursus van de Nederlandse Sport Federatie (NSF) was een niet door de KNZB bekende en erkende studie. Na onderzoek door de KNZB werd deze studie goed bevonden en zelfs overgenomen. Triton was hierdoor de eerste Nederlandse zwemclub met officieel erkende jeugdsportleiders. |
|
In 1966 werd het eerste Deurnese zwemsucces behaald. Mart van Lierop veroverde tijdens de Brabantse Kampioenschappen een zilveren medaille op de 100 meter vrije slag in de categorie Jongens onder 14 jaar. Ook kon er vanaf 1966 in de Clarinet gepoloed worden. Drijvende goals en een veld van 30 lang maakte het mogelijk dat vanaf 1967 twee waterpoloteams, een dames en een herenteam, van Triton'62 deelnamen aan de competitie. Het eerste herenteam kwam uit in de 1ste klasse district. Vijf jaar nadat hij Triton had opgericht, moest de heer Vink om gezondheidsredenen stoppen met zijn activiteiten binnen de vereniging. Mede echter door zijn onvermoeibare inzet in deze eerste jaren liet hij een gezonde vereniging achter, met een 50-tal leden en een breed kader. Vanaf juli 1968 moest de Deurnese vereniging van de KNZB de afkorting DZT gebruiken om verwarring met andere Tritons te voorkomen. |
Op 23 juni 1969 werd het zwembad de Clarinet gesloten omdat er explosieven uit de Tweede Wereldoorlog waren gevonden op de bodem. De Mijnopruimingsdienst haalde begin juli antitankgranaten maar een grote hoeveelheid munitie van lichter gehalte boven water. De leden van Triton '62 moesten toen ook 's zomers voor hun zwemlessen uitwijken naar de zwembaden van Helmond en Venray.
Tot de 70-er jaren leerden mensen zwemmen, werd er gepoloed en werden er enkele keren per jaar vriendschappelijke wedstrijden gezwommen tegen andere verenigingen. Het ledenaantal groeide maar niet opzienbarend.
Daar kwam echter in 1970 verandering in. Vanaf september 1970 kon Triton namelijk gebruik maken van het nieuw gebouwde binnenbad "De Wiemel". Dit overdekte instructiebad van 8 bij 25 meter had een beweegbare vloer waardoor in dieptes van 0,40 tot 1,80 gezwommen kon worden. Vanwege het feit dat voortaan ook tijdens de winterperiode in Deurne gezwommen kon worden, maakte de vereniging in deze jaren een stormachtige groei door. In enkele jaren tijd nam het aantal leden toe van 50 tot ongeveer 500. Dit bracht grote problemen met zich mee op bestuurlijk en kadertechnisch niveau. Men had meer mensen nodig om de club in goede banen te kunnen leiden. Dit lukte vrij aardig, omdat de heer Vink vanaf het allereerste begin hamerde op een goed en groot kader. Op deze manier konden alle takken van de zwemsport zich binnen de vereniging ten volle ontwikkelen. |
|
Ook al beschikte de vereniging over een overdekt zwembad, toch moest er voor de hogere diploma's uitgeweken worden naar Helmond. Dit omdat "De Wiemel" nog niet beschikte over een duikplank en het water niet overal diep genoeg was. Al meteen in 1972 bleek dat het instuctiebad alleen het zwemmen in de winter niet aankon. Om toch aan de vraag van de inwoners tegemoet te komen koos het gemeentebestuur voor een noodoplossing in de vorm van een draagluchthal. Deze "koepel" werd nog in 1972 tijdens de wintermaanden geplaatst over het diepe buitenbassin. Op deze wijze konden voortaan ook in de wintermaanden de zwem- en waterpolowedstrijden gewoon in Deurne worden afgehandeld. |
In
1973 vond er binnen de vereniging een bestuurlijke herindeling plaats. Vanwege
het flink groeiende ledenaantal kon het bestuur niet meer alles alleen regelen
en daarom werden er commissies ingesteld voor iedere afdeling binnen D.Z.T.'62.
Deze organisatiestructuur is tot op heden gehandhaafd gebleven en functioneert
vrij soepel. Na de stormachtige groei van 1971 tot 1975/76 bleef het aantal
leden vrij stabiel, maar ontwikkelde Triton zelf zich tot een echte volwassen
vereniging in alle opzichten.
In 1977 gingen de wedstrijdzwemmers van D.Z.T. voor het eerst op kamp. Camping De Leistert in Roggel was de eerste pleisterplaats. Op initiatief van de toenmalige trainer Van Swol werd een nieuwe jaarlijkse traditie aan het verenigingsleven van D.Z.T. toegevoegd. De volgende jaren mochten alle leden van D.Z.T. mee op kamp gaan.
Tijdens de winterkampioenschappen van 1978 werd in de categorie jongens onder 16 jaar het Deurnese talent Johan Remmits Nederlands Kampioen op de 100m vrije slag in 55.05 sec.
Aan de koepel die in de wintermaanden over het diepe buitenbad werd geplaatst kleefden de nodige nadelen. Ondanks de aanwezigheid van geluiddempende platen, had men nogal wat last van geluidsoverlast. Voor D.Z.T. zorgde deze "geluidsoverlast" tijdens waterpolowedstrijden voor de nodige sfeer, zeker omdat bij elke wedstrijd vele supporters aanwezig waren. De "Hel van Deurne" bezorgde D.Z.T. vele overwinningen op geïntimideerde tegenstanders. Ook de overdruk in de Koepel zorgde ervoor dat de tegenstanders niet tot hun beste spel konden komen.
Een ander negatief aspect dat ging meespelen werd veroorzaakt door de energiecrisis. Het besef dat energie schaars is en de wetenschap dat de koepel erg veel energie gebruikte (en de energieprijzen fors werden verhoogd), leidden er uiteindelijk toe dat er in februari 1980 werd gestart met de bouw van een nieuw binnenbad van 5,2 miljoen gulden (bijna 2,4 miljoen €uro). Ook werden de drie buitenbaden helemaal opnieuw betegeld. Op aandringen van D.Z.T. bleef het instructiebad behouden, zodat de wedstrijdploeg dit bad als trainingsbad kon blijven gebruiken. In het instructiebad werd de beweegbare vloer verwijderd (en ontstond het huidige middeldiepe bad). Het nieuwe overdekte zwembad werd tegen het instructiebad aangebouwd. De oude kleedaccommodatie van het instructiebad werd geschikt gemaakt als vergader- en leslokaal voor de verenigingen.
De verbouwing bracht voor de vereniging ook heel wat problemen met zich mee, onder andere de gebrekkige toegang via een aangebrachte noodtrap, om nog maar te zwijgen over de kleedaccommodatie en douches. Het zwemmen moest enkele maanden worden gestaakt, wat zijn weerslag had op het ledenaantal, dat daalde van 650 tot ongeveer 350. Echter, toen in maart 1981 het nieuwe binnenbad werd geopend herstelde dit zich weer snel en konden alle zwemvaardigheidsdiploma's in Deurne verzwommen worden. Bij de ingebruikname van het geheel gerenoveerde zwembad hebben de Deurnese zwemverenigingen een grote bronzen plaquette geschonken, die nog steeds bij de lage duikplank aan de muur bevestigd is. Dezelfde verschijnselen deden zich voor als in 1972: flinke ledengroei in goed 1 jaar (ongeveer 500 leden erbij) en kader tekort. Het verschil in 1971 was echter, dat nu de problemen niet direct opgelost konden worden, waardoor men zich genoodzaakt zag om een ledengrens van 750 leden in te voeren. Deze ledenstop werd echter spoedig daarna opgeheven, waardoor eind 1986 het ledenaantal was toegenomen tot ca. 800.
Begin jaren 80 was de ledenadministratie en de financiële administratie nog steeds volledig handmatig, hetgeen door het bestuur bij een ledenaantal van toen reeds ca. 650 als ongewenst werd ervaren. Tegen de wil van de toenmalig penningmeester werd overgegaan tot de aankoop van een IBM PC inclusief een 8 dots matrixprinter voor het lieve bedrag van € 3.400 (fl. 7.500). Toen de beide administraties volledig waren overgeschakeld op de computer, bleek dat de Rabobank nog niet zover waren om de automatische incasso van contributies mogelijk te maken.
Aan het eind van de jaren tachtig werd de vereniging voor het eerst in haar historie ernstig in haar voortbestaan bedreigd. De Gemeente Deurne wilde namelijk uit bezuinigingsoverwegingen al haar sportaccomedaties privatiseren. Zwembad "De Wiemel", de grootste kostenpost op de gemeentelijke begroting, was het eerst aan de beurt om verkocht te worden. Het zwembad moest aan een private onderneming verkocht worden, de beide grote Deurnese zwemverenigingen (Triton en de Watervrienden) waren voor de gemeente geen serieuze kandidaat-kopers.
In de eerste zwembadnota (januari 1989) werd voorgesteld een horizontale programmering in te voeren. Als gevolg hiervan zouden de zwemverenigingen op maandag t/m vrijdag alleen van 6.00 tot 8.00u en van 21.00 tot 23.00u en op zaterdag van 6.00 tot 18.00u van het zwembad gebruik mogen maken. Van juni t/m augustus zou het bad niet voor de zwemverenigingen beschikbaar zijn en bovendien zou de badhuur vele malen duurder gaan worden. Deze maatregelen zouden de doodsteek voor de Deurense zwemverenigingen betekenen. De toenmalige voorzitter van DZT en tevens voorzitter van de sportraad, de heer Jan van Klaveren, moest alle zeilen bijzetten om het zwemverenigingsleven voor Deurne te behouden. Na het eerste serieuze conflict met de Gemeente over deze privatisering werd echter de adviserende sportraad meteen ontbonden.
In 1991 confronteerde de gemeente de Deurnese zwemverenigingen met een plotselinge, onaangekondigde huurverhoging van maar liefst 23%. DZT was genoodzaakt deze verhoging in de contributie van haar leden door te berekenen. Ook probeerde de gemeente Deurne in 1991 het buitenbad te sluiten. Onder leiding van Jan van Klaveren werd er een grootschalige actie gehouden om het buitenbad te behouden. Er werden ongeveer 2000 handtekeningen verzameld onder de inwoners van Deurne waardoor sluiting van de baan was. In 1992 werd zonder voorafgaand overleg met de betrokken verenigingen medegedeeld dat in september 1993 het zwembad over zou gaan in handen van de firma Laco International b.v. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. DZT had uitgerekend dat privatisering volgens de oorspronkelijke eisen van Laco (o.a. geen leszwemmen en behoud van de horizontale programmering) de vereniging jaarlijks bijna € 36.500,- aan inkomsten zou mislopen. Weer was het Jan van Klaveren die door besprekingen met wethouders, alle politieke partijen en zelfs met advocaten tijdens deze turbulente tijd het maximale voor de vereniging heeft weten te behalen. Als gevolg van het behaalde compromis bleef het leszwemmen voor de verenigingen behouden, maar zou de komende 10 jaar de badhuur (en dus ook de contributies) elk jaar met 10% stijgen. Het gemeentelijk zwembad werd omgedoopt tot "Sportcomplex De Wiemel".
Onder Jan van Klaveren kon eindelijk begonnen worden met automatisering van de inning van de contributie. In sportief opzicht bleef DZT goed presteren. In 1994 werd het pupillenteam tijdens de Nederlandse Kampioenschappen 4de. De oprichter en initiatiefnemer van DZT, de heer Peter Vink overleed op 26 november 1994. In 2000 werd het contract met Laco opengebroken waardoor de badhuurverhoging elk jaar zou worden geïndexeerd.
Na een aantal jaar van stabiele, hoge ledenaantallen werd onder voorzitter Arjan van Dooren duidelijk dat het dalend geboortecijfer in de gemeente Deurne haar weerslag heeft op het ledenaantal en dus ook op de financiële situatie van de vereniging. Deze trend werd tijdig onderkend en het contributie-stelsel werd onder de loep genomen. Degelijk reken- en denkwerk leidde uiteindelijk tot een contributiestelsel waarbij, meer dan voorheen, de gebruiker naar rato betaalt.
| Overzicht Voorzitters | |
|---|---|
| Piet Moonen | 1962 - 1963 |
| Peter Vink | 1963 - 1964 |
| Martinus J. Büys | 1964 - 1967 |
| Ed van Dongen | 1967 |
| Joos Honings | 1967 - |
| Leo van Neerven | - 1977 |
| Jo Martens | 1977 - 1979 |
| Balt Kisters | 1979 - 1987 |
| Jan van Klaveren | 1987 - 1995 |
| Bert Boetzkens | 1995 - 1999 |
| Twan van Doorne | 1999 - 2005 |
| Arjan van Dooren | 2005 - 2008 |
| Jeroen van Lierop | 2008 - nu |
Mochten er fouten in deze historie van DZT zitten, of mochten er belangrijke gebeurtenissen zijn vergeten: laat het weten!